Porgy Franssen

     Over Porgy Franssen

 

Porgy Franssen (1957) studeerde in 1979 af aan de Maastrichtse Toneelacademie. Ook volgde hij opleidingen aan de Tekenacademie Amsterdam en de Media Academie Santbergen in Hilversum. De afgelopen 25 jaar is hij bij talloze theatergezelschappen en bij diverse televisie- en filmproducties werkzaam geweest als freelance acteur en regisseur. In 1991 speelde hij in de VPRO- serie Bij Nader Inzien van Frans Weisz. Hij ontving hiervoor een Gouden Kalf voor beste filmacteur. Andere bekende tv-rollen van Porgy zijn o.a. De Ziener (Vestdijk 1998), Soekarno in Holland (1999), Wij Alexander (2000) en de advocatenserie Keijzer & De Boer van de KRO en NCRV.

 Porgy Franssen heeft diverse regies op zijn naam staan bij o.a. De Appel (l'Histoire du Soldat) en in het vrije circuit (Herfst in Riga, Blind Date, De dood en het meisje, Met grote blijdschap, De gelukkige Mandarijn). In 2003 maakte hij zijn debuut als filmregisseur/producent met Hotel Heimwee. Ook regisseert hij in datzelfde jaar de opera Viva la Mamma. In 2006 speelde hij de titelrol bij Theater EA in Cyrano (nominatie Louis d'Or).  Met Wie vermoordde Mary Rogers? (1995) maakte Franssen zijn entree bij Orkater, speelde o.a. de Nietsfabriek, de Formidabele Yankee en Houdini. In 1999 ontving hij De Mary Dresselhuysprijs voor zijn hele oeuvre. In 2000 initieerde, regisseerde en speelde hij bij Orkater Petomaan, Necrofiel, Trompettist. The Prefab Four (Monkees 2002/2003) en Hagedissenhuid (2003-2004) volgden. De afgelopen twee seizoenen speelde hij bij Orkater in de regie van Dirk Groeneveld Novecento – pianist der oceanen, en ‘Zijde’ eveneens een monoloog van Alessandro Barrico.

In 2007 speelt hij o.a. met Olga Zuiderhoek Wie is er bang voor Virginia Woolf in de regie van Gerardjan Rijnders. 

BUITENLAND

 

Allereerst mijn persoonlijke ervaring in Jakarta en Singpore:

 

In juni 2007 speelde ik ‘Novecento’ en ‘Zijde’ in resp. Jakarta en Singapore. Beide voorstellingen ken ik omdat ik ze in Nederland al gespeeld heb. Het was voor mij de eerste keer dat ik voor nederlandse clubs in het buitenland speelde.  Voor mij spannend om eens niet in de bekende theaters in Nederland te spelen en enigszins te moeten improviseren in steeds heel verschillende lokaties. De monologen bleken erg geschikt en aan te slaan, om praktische maar ook om inhoudelijke redenen. Novecento speelt zich op zee af, in Zijde doet Hervé Joncour de zijderoute aan, ’n reis steeds van drie maanden – om in Japan, aan de andere kant van de wereld – zijn rupseneieren te kopen.  De gebruikte metaforen in beide voorstellingen blijkt een groot publiek aan te spreken. Het zijn relatief ‘goedkope’ voorstellingen omdat er slechts één acteur en één technicus nodig zijn om een bijzonder mooie wereld te scheppen. Een wereld verzonnen door baricco, de schrijver van beide monologen. (zijde is eigenlijk een bekende roman van hem, maar door mijzelf en Dirk Groeneveld, de regisseur, bewerkt voor theater.)

Omdat het werkgebied van een in Nederland woonachtig acteur over het algemeen beperkt is tot zijn eigen landsgrenzen, is het des te opwindender zo nu en dan in het buitenland te mogen spelen. Zo speelden we de ‘Monkees’ (prefab four) in het Frans, ’n maand lang in Parijs, maar ook in Marseille en Bordeaux. In Sint Petersburg speelden we de voorstelling met boventiteling. Ook Houdini (ik speelde de titelrol) speelden we enkele weken in Parijs, in het Frans. En hoe leuk dat ook is, gelukkig maar dat er ook nog Nederlandse clubs e.d. bestaan – want dat blijft toch allemaal net wat makkelijker!

Al met al ‘beviel’ het buitenland goed. Het gaf ook meer contact met de toeschouwers omdat het communiceren over de voorstelling, de borrel na afloop, daartoe aanleiding gaf. In de nederlandse theaters gebeurt dat nauwelijks.

Terug naar de index