Uitgeverij Atlas ISBN 978 90 450 0079 4 (223 blz.)
Cees Nooteboom was, totdat ik dit boek las, voor mij
een reis-schrijver, iemand die zijn eigen reizen in boekvorm vertelt. Aangezien
ik liever zelf reis dan dat ik de verslagen van anderen lees, liet ik hem
altijd links liggen. Ik beken deemoedig dat dat erg arrogant van me was, Cees
Nooteboom is heel veel meer dan een reis-schrijver.
Rode regen kwam eind vorig jaar uit.
Het is een verhalenbundel die een aantal observaties bevat van de inmiddels
bijna vijfenzeventig jarige schrijver over zijn leven in Menorca, waar hij de
zomerse helft van het jaar doorbrengt, aangevuld met openhartige terugblikken
op eerdere reizen en zijn jeugd. De korte hoofdstukken worden geïllustreerd
door eenvoudige, to the point tekeningen
van de Vlaamse schilder Jan Vanriet.
Het eerste gedeelte, de Menorca verhalen, is
beschouwend, poëtisch en spreekt erg aan vanwege de verwantschap die ik
ontdekte tussen het leven op het platteland van Menorca en dat van Costa Rica.
Cees Nooteboom is een filosoof in de manier waarop hij dat leven analyseert en
van zeer persoonlijk commentaar voorziet. Daarbij hanteert hij een gezonde
dosis zelfspot, zelfkritiek en humor die voorkomen dat het geschetste beeld
verzuipt in valse romantiek. Het tempo van vertellen, de rake beschrijvingen
maar vooral de milde, observerende toon geeft je als lezer het gevoel in een
luie stoel naast de verteller te zitten die alleen jou dat verhaal vertelt, als
een buurman, een goede kennis.
Eenmaal op dreef schrijft Nooteboom verder op meer
anecdotische wijze over z’n kostschooljaren, trektochten als adolescent en over
zijn latere reizen. Hoewel hij imponeert met verre en exotische oorden worden
het geen doorsnee reisverhalen. Op
subtiele wijze verweeft hij de historische en persoonlijke context tot een
panorama van tot de verbeelding sprekende vergezichten. Met regelmaat twijfelt
hij daarbij aan de juistheid van zijn herinneringen, schrijven lijkt voor hem
een gevecht tegen het vergeten. “Herinnering en werkelijkheid zijn geen
familie...” staat ergens.
Maar eveneens constateert hij dat het eigenaardige
van ouder worden is dat zo ongeveer alles een herinnering oproept. Feiten en
fictie lopen door elkaar en dat leidt in dit geval tot mooie literatuur.
Nooteboom heeft meer dan veertig titels op zijn naam,
proza en poëzie. Er valt dus nog heel wat in te halen en te genieten voor wie
hem niet kent.