BUSJE
KOMT
ZO
Ik ga naar Nederland, om onze eerstgeboren
kleinzoon te bewonderen! Ik verheug me er natuurlijk enorm op. Het is
hoogseizoen,
dus ik kan maar een weekje gaan, en Otto moet helaas thuis blijven
om de honneurs waar te nemen. Ik vertrek dus een dag voordat mijn
vliegtuig
gaat vanuit het zuiden met het shuttle busje van Easy Ride. Die komt me
mooi op
tijd ophalen, om 2 uur ’s middags.
Ik vraag aan Pedro, de chauffeur, of ik de
enige ben. Nee …. zegt hij. In Ojochal halen we nog een
Canadees echtpaar op.
Dan naar Dominical, met onderweg prachtige vergezichten op de Pacific,
die in
de stralende zonneschijn te blikkeren ligt. In Dominical moeten nog een
paar
mensen instappen, maar die zijn nog niet zo ver. Het duurt nogal en we
zitten maar
te wachten in de hitte.
Eindelijk hebben ze het voor elkaar en kan de vele
bagage ingeladen worden. Pedro staat te passen en te meten, elke kleine
ruimte
wordt benut voor de bagage. We snappen eigenlijk niet waarom hij zo
moeilijk
doet. Koffers er uit en er weer in, maar eindelijk staat alles
stormvast
gesjord. Naar een volgend hotel, maar daar is niemand, ze zijn bij een
restaurant in de hoofdstraat, waar we net langs gekomen zijn. Dus maar
weer
terug, en weer drie mensen ingeladen. Nog een stel bij een ander hotel,
die ook
de nodige bagage bij zich hebben, waaronder een paar grote
djembé’s in hoezen.
Die passen nergens meer en staan dus maar als een soort bijzettafeltjes
tussen
de passagiers die tegenover elkaar zitten. Ik vraag enigszins
gekscherend aan
Pedro of er nu nog meer bij komen, want dat kan eigenlijk niet. Hij
kijkt me
somber aan en zegt zuchtend: Ja, nog vier …… En
inderdaad er worden nog vier
mensen, met bagage, bij gepropt. De laatste mevrouw kan nog net met
één bil op
een randje zitten. Zo vol heb ik het busje nog nooit gezien. Nu snappen
we ook
waarom de bagage zo precies gestouwd moest worden. Het is inmiddels ook
al laat
geworden. Ik had gedacht zo rond een uur of 6 in San José te
zijn, waar ik dan
nog net het staartje van het verjaardagsfeest van mijn schoonvader mee
zou
kunnen maken. Maar dat zit er niet meer in. Ik kan ze niet bellen, ik
heb geen
mobiele telefoon bij me, en zou daar trouwens ook niet veel aan hebben,
want op
de meeste plaatsen in de bergen is er geen bereik.
Het busje zeult
zich de heuvels in. Tussen Dominical
en San Isidro zijn een paar bijzonder steile stukken, en dat trekt hij
dus
niet. De motor loopt warm en we staan stil. Men begint zich zorgen te
maken of
het allemaal wel zal lukken, Pedro houdt wijselijk zijn mond. Ik voel
me flauw
in de hitte, gelukkig heb ik nog wat water en soda crackers bij me. Na
twee
keer stilgestaan te hebben redden we het net om de laatste heuvel op te
gaan,
van daaruit gaat het bergafwaarts naar San Isidro. Daar aangekomen
vraagt de Canadese
mevrouw of dit nu San José is.
Nee mevrouw, we zijn nog maar net onderweg …..
Bij de benzinepomp
wordt water aangevuld en kunnen
wij wat extra eten en drinken voor de rest van de tocht kopen. Pedro
vertelt me
dat hij wel eens vaker met zo’n volle bus heeft gereden en
dat het altijd nog
gelukt is. Helaas heeft hij geen rek op het dak voor de bagage, dat zou
nu wel
handig geweest zijn. We klimmen dus maar weer in de bus over alle
pakken heen
en installeren ons voor de rit door de bergen. Al gauw begint het
donker te
worden, en dan komen de verhalen los. Een Amerikaanse mevrouw vertelt
over haar
leven, dat bestaat uit het verzorgen van haar heel zwakke, meer dan
90-jarige
moeder. De hele dag is ze daar mee in de weer, nu heeft ze eindelijk
eens drie
weken vakantie, haar zus neemt haar taak waar. Maar zodra ze thuis komt
begint
het weer: moeder wassen, eten geven, omdraaien in bed, verschonen,
masseren, en
zelfs af en toe nog mee naar buiten nemen in een rolstoel. Het is heel
zwaar,
maar ze vindt dat ze het doen moet en ze vindt het ook heel dankbaar
werk. Een
baan heeft ze niet, dat kan helemaal niet in deze omstandigheden.
Pedro vertelt over
het land waar hij vandaan komt:
Cuba. Nu Fidel Castro niet meer aan de macht is zullen de contacten
misschien iets
makkelijker worden, maar hij heeft het niet zo op Raúl
Castro, die nu de zaken
in handen heeft. Pedro is vier jaar geleden met een boot gevlucht naar
Panama
en van daar in Costa Rica terecht gekomen. Hij is opgeleid als
militair, en
hier heeft hij een baan als chauffeur van het busje, hij rijdt iedere
dag op en
neer van San José naar Ojochal, in het hoogseizoen zeven
dagen per week. Maar
hier is hij tenminste vrij.
De Canadese meneer
kan bijna niet meer zitten, hij
heeft last van zijn rug, en af en toe staat hij half op, voor zover de
ruimte
dat toelaat.
Op het hoogste
punt in de bergen, op de Cerro de la
Muerte, zien we nog net een streepje van de zonsondergang boven de
Pacific. Het
is prachtig helder weer, en de kleuren zijn fantastisch, oranje met
paars.
Gelukkig houdt het busje zich verder goed, vooral als we alleen nog
maar
afdalen. Eindelijk arriveren we in de Centrale Vallei. Om 8 uur
arriveren we
bij mijn logeeradres, het feestje is inmiddels al lang afgelopen. Omdat
ik als
eerste ben ingestapt zit mijn bagage onderop, dus het is nog een hele
toer om
die er onderuit te krijgen. Koffers er weer uit, mijn koffer opgezocht,
en
koffers er weer in. Maar ik ben er, het eerste deel van mijn reis zit
er op.
Morgen zal mijn reis verder gaan.
Anja
Geesink