Uitgeverij
Querido, ISBN 9789021453163 (185 blz.)
Bernlef werd in 1937 geboren als Jan Hendrik
Marsman, roepnaam Henk. Toen zijn debuut door een recensent
vergeleken
werd met
het werk van de dichter Marsman besloot hij voortaan onder pseudoniem
te
schrijven. Bernlef was een middeleeuwse
Friese bard maar inmiddels associeert
iedereen die naam met de schrijver die gelauwerd is met o.m. de
AKO-literatuurprijs (‘87), Constantijn Huygensprijs
(’94), en P.C.Hooftprijs
(’94). Zijn zeer omvangrijke oeuvre bevat, naast romans ook
verhalen, poëzie,
toneelstukken en essayes. De laatsten handelen vaak over jazz.
Bernlef schreef
dit jaar het boekenweekgeschenk De
Pianoman, maar aangezien ik dat nog niet gelezen heb bespreek
ik nu zijn
voorlaatste werk Op Slot (2007).
Zoals altijd bij
Bernlef duurt het maar één pagina
voordat je helemaal in het verhaal gezogen wordt. Bernlef is een
rasverteller,
met oog voor detail en een beeldende manier van schrijven. In Op
slot is
Dick Noordeloos, een bekend fotograaf op leeftijd die
op een winderige dag,
zoals gewoonlijk, even bij zijn vriend de schilder IJsbrand Blok
langsgaat. Hij
treft hem stervend aan en
houdt diens hand vast terwijl IJsbrand zijn laatste
ademtocht uitblaast. Karien, de dochter van IJsbrand ontfermt zich over
de
schilderijencollectie van haar vader. Ze vraagt Dick, ondanks de wat
gespannen
verhouding tussen hen, elk doek te fotograferen
voor een catalogus bij een
overzichtstentoonstelling. Terwijl Dick fotografeert en zo dagen-lang
geconfronteert wordt met IJsbrands
verdwenen muze, zijn vrouw Nadia die in elk
schilderij figureert, begint hij langzaam te beseffen welk drama zich
in het
leven van
zijn oude vriend heeft afgespeeld. Nadia is al jarenlang opgenomen in
een inrichting, haar kamer in het huis van IJsbrand is al
evenlang
afgesloten
en niemand weet waar de sleutel is. Op onverklaarbare wijze echter, is
op een
dag die deur open en treft Dick er de vermiste,
nu kapot gesneden
zelfportretten van IJsbrand aan. Dit mysterie brengt een spanning van
een
andere dimensie in het verhaal.
Door het afwisselende vertelperspectief, Dick en
Karien zijn om beurten de vertel-lers, krijgt het verhaal meer
reliëf.
Zijdelings wordt er een sneer uitgedeeld naar het opgeblazen
kunstwereldje van
galeries en critici. In de dialogen tussen IJsbrand en Dick
kan Bernlef veel
kwijt van zijn eigen kijk op kunst, geluk en zintuigelijkheid.